Vragen maken bij een tekst: Antwoorden vinden als een detective.

Vragen maken bij een tekst: Antwoorden vinden als een detective.

Tijdens de lessen Begrijpend lezen in de training – Alle teksten de baas!- leren kinderen hoe ze om moeten gaan met het beantwoorden van vragen over een tekst.  Veel kinderen vinden dit heel lastig. Dit is wat ik zie in de praktijk als ze nog niet weten hoe dit moet.

  1. Naar boven kijken en het antwoord zelf bedenken. “Ehhhh, ik denk dat…..”
  2. Eigen kennis gebruiken als antwoord op de vraag.
  3. Een eigen mening over het onderwerp geven als antwoord op de vraag.

Wat gebeurt er?

Als kinderen de tekst hebben gelezen, kijken ze vaak niet terug in de tekst bij het beantwoorden van een vraag. Ze halen het antwoord uit hun korte termijngeheugen nadat ze de tekst hebben gelezen. Ze beantwoorden de vragen uit hun hoofd, zonder nog even precies terug te lezen. Een andere mogelijkheid is dat ze het antwoord bedenken vanuit hun lange termijn geheugen omdat ze eigen kennis over het onderwerp hebben. Ze gebruiken die informatie of geven hun mening.

Soorten vragen

Eerst leren ze welke soorten vragen er zijn. Meerkeuzevragen of Open vragen. Bij meerkeuzevragen heb je keuze uit verschillende mogelijkheden en moet je de beste kiezen. Bij open vragen moet je zelf het antwoord opschrijven.

Dit soort vragen vinden veel kinderen moeilijk zonder dat wij (volwassenen) dat in de gaten hebben!

Zoals bijvoorbeeld: Lees: Op de …… gevierd. (regel 2-4). En dan volgt een vraag. In de lessen bij “Alle teksten de baas” zie ik vaak dat veel kinderen niet weten wat ze moeten doen. Ze hebben geen idee wat de puntjes betekenen. Dan wordt het beantwoorden van de vraag wel lastig. Dit oefenen we door de hele zin te onderstrepen waarover de vraag gaat. Dan lees je de vraag die erbij gesteld wordt. En dan ga je als een detective te werk……..

Antwoorden vinden als een Detective     

  1. Lees de vraag.
  2. Pak in je hand een denkbeeldig vergrootglas. Doe net of je een detective bent en ga in de tekst speuren naar het antwoord op de vraag. Heb je een zin gekregen waar de vraag over gaat? Lees een stukje terug en een stukje verder. Vaak staat daar het antwoord. Speur net zo lang tot je het gevonden hebt.
  3. Gevonden? Goed zo! Geef het antwoord in de tekst een kleurtje. Is het een meerkeuzevraag? Geef ditzelfde antwoord op je blaadje in dezelfde kleur als in je tekst. Weet je het niet zeker? Elimineer de foute antwoorden. Dan blijven er vaak 2 antwoorden over waaruit je moet kiezen.
  4. Is het een open vraag? Zoek in de tekst naar het antwoord. Bedenk het in je eigen woorden en schrijf het op. Zorg ervoor dat je precies opschrijft wat er wordt gevraagd. Controleer je antwoord: lees de vraag, het stukje tekst en het gekozen antwoord nog eens door.

 

Tips

Kun je het antwoord niet vinden? Zoek dan naar woorden die ongeveer hetzelfde betekenen (synoniemen). Grote kans dat het antwoord daar staat.

Lukt het echt niet doordat je niet begrijpt wat er staat? Vraag het! Want wie vraagt is slim bezig!

Oefenen

Wil je dit op een makkelijke manier (laten) oefenen? Google dan eens op Nauwkeurig Lezen. Je kunt dan via 123lesidee 7 boekjes vinden met heel veel korte teksten met heel veel vragen per tekst. Kinderen vinden het leuk. Ze doen succeservaringen op en vinden het antwoord.

Trainerscursus

Wil je meer handvatten om kinderen beter en leuker te leren om overzicht en inzicht in teksten te geven? Kom dan naar de trainerscursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas. Meer informatie: http://www.begrijpendlezen.cc/begrijpend-lezen-trainers/