Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas in het licht van Close Reading, Verdiepend Lezen, Piece- en Goal Reading

In dit artikel lees je over verschillende methodes van Begrijpend Lezen, die zich primair richten op het begrip van de tekst. Deze methodes om het leesbegrip te bevorderen zijn reacties op het zogenoemde strategisch leesonderwijs. Achtereenvolgens wordt Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas kort besproken, waarna de methoden Verdiepend Lezen, Close Reading en Piece Reading-Goal Reading worden behandeld. Het doel van deze bespreking van de methodes is om Begrijpend lezen – Alle teksten de baas tegen het licht te houden van de andere genoemde methodes om te kijken wat de overeenkomsten en verschillen zijn. In het kader van zelfreflectie wordt gekeken of en waar evt. aanpassingen in de cursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas zinvol zijn.
  1. Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas!

In 2013 werd de basis gelegd voor Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas! Tijdens het werken met de kinderen in de praktijk en onderzoek in de literatuur, is deze manier van werken vaste vormen gaan aannemen. Door de goede resultaten van de leerlingen, zowel in het PO als in het VO, heeft dit geresulteerd in een stappenplan en een lessenserie voor Remedial Teachers. Sinds 2017 worden deze actief door Remedial Teachers en in 2018 ook door scholen ingezet na het volgen van een dag cursus of teamtraining.

Tijdens de training voor kinderen en de train de trainer wordt het Basis-Kern-Actie model gehanteerd. De Basis bestaat onder andere uit de basisvaardigheden die nodig zijn voor leesbegripsvaardigheden. Hierbij valt te denken aan de werking van de hersenen, zoals het geheugen, oogvaardigheden die nodig zijn om een tekst vloeiend gefocust te kunnen lezen. Er is veel aandacht voor executieve functies, cognitieve- en metacognitieve vaardigheden. Het bewegend leren is hierdoor een vanzelfsprekendheid, zodat de lessen nooit saai zijn en altijd “verantwoorde tussendoortjes” bevatten. De Kern en Actie gaan vooral over het begrip van de tekst. Hierover meer in het stuk betreft Uitgangspunten.

Doel:

Inzicht krijgen in een tekst, waarna verdiept overzicht zorgt voor een verruiming van de aanwezige kennis en motivatie om deze te blijven uitbreiden.

Uitgangspunten van het stappenplan zijn:

Globaal overzicht 

In de eerste 2 stappen wordt gekeken naar de titel, plaatjes en evt. tussentitels. Daarbij wordt de vraag gesteld: waar gaat de tekst over en wat weet je er al van? De voorkennis wordt in snel tempo, zonder afdwalen naar andere onderwerpen, doorgenomen. Vervolgens wordt de tekst gescand, de tekstsoort en het leesdoel bepaald. Ten slotte wordt de tekst in een begin, midden en eindstuk verdeeld.

Inzicht

Stap 3, 4 en 5 van het stappenplan behandelen het daadwerkelijk lezen en herlezen van de tekst. Er wordt een alinea gelezen, waarbij af en toe wordt gestopt om te visualiseren wat er geschreven is. Daarbij wordt de vraag gesteld: Zie je het voor je? Maak een filmpje of plaatje in je hoofd. (stap 3) Vervolgens wordt de alinea nogmaals gelezen en worden belangrijke aspecten gemarkeerd in de tekst. (stap 4). Door actief bezig te blijven in de tekst en er over na te denken, wordt het eigen leesproces gestuurd. Onbekende woorden worden onderstreept en er wordt achterhaald wat de betekenis is. Dit kan zowel in samenspraak met een andere lezer als alleen plaatsvinden. De voorkeur ligt in het samen doen, zodat van elkaar geleerd kan worden.

De tekst van die alinea wordt voor de laatste keer doorgenomen en alleen de allerbelangrijkste woorden worden in de kantlijn gezet op de plek waar ze gevonden worden in de tekst (stap 5). De tekst wordt ongeveer 3 keer gelezen en er wordt op een steeds dieper niveau over nagedacht.

Verdiept overzicht

In deze fase (stap 6) wordt er een verdiept overzicht van de tekst gemaakt. De woorden uit de kantlijn worden verwerkt, aangevuld met voorbeelden uit de tekst. Er wordt, als dit aansprekend is voor de leerstijl van de leerling, met kleuren en tekeningen gewerkt. De belangrijkste verbanden in de tekst worden door middel van pijlen aangegeven. De manier hoe dit gebeurt, is heel persoonlijk en afhankelijk van het doel waarmee de tekst gelezen is.

Strategieën als middel om je doel te bereiken

Tijdens de lessen van Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas worden naast het gebruik van het stappenplan bij een tekst ook lessen besteed aan de volgende strategieën:

  1. Het vinden van verwijswoorden
  2. Verbindingswoorden
  3. Het gebruik van informatiebronnen (woordenboek, internet, encyclopedie enz.) om de betekenis van woorden te achterhalen.
  4. Synoniemen leren zien

Ook worden er verschillende manieren geoefend van het beantwoorden van vragen bij een tekst. Bij dit laatste onderdeel is het van belang dat het bewijs van het antwoord in de tekst wordt gevonden.

Doordat het stappenplan deze kort uitgelegde en geoefende strategieën met elkaar verbindt, is het een compleet pakket geworden om een tekst goed te kunnen doorgronden. Modelen wordt als belangrijkste didactische instrument gezien. Van voordoen via samen doen naar zelf doen.

Het stappenplan kan omgekeerd worden gebruikt om als leidraad te fungeren voor de voorbereiding van een spreekbeurt, werkstuk of boekbespreking. Tenslotte is deze manier van werken geschikt voor alle leeftijden, niveaus en vakgebieden.

2. Verdiepend lezen 

In 2014 kwam het CPS op de markt met het boek Verdiepend Lezen (van de Mortel, Ballering). Het is een goed theoretisch onderbouwd boek en er staan naast nieuwe inzichten vele praktische handreikingen en concrete voorbeelden in. De auteurs leggen net als bij Close Reading (uitgegeven in 2018 en dus “nieuw”) steeds de link met de eisen die worden gesteld vanuit de Wet referentieniveaus taal en rekenen (2010). Zelfs het gebruikte instructiemodel is hetzelfde (GRRIM). Het is wonderlijk dat Close Reading nu booming is, terwijl al jaren eerder precies hetzelfde geschreven is, maar in de vorm van Verdiepend lezen. Zit het in de naam? Of heb ik het gemist in 2014?

Doel:

Het doel van verdiepend lezen is het “grondig begrijpen van de inhoud van een complexe tekst, waardoor de lezer nieuwe kennis toevoegt aan de kennis die hij al heeft”.

Het boek bestaat uit 4 delen:

Verdiepend lezen
Wat verstaan we onder verdiepend lezen, hoe verhoudt dit zich tot 21ste -eeuwse vaardigheden en het referentiekader van de Nederlandse taal. Ook wordt verdiepend lezen geplaatst in de leesontwikkeling.

Tekst complexiteit
Deel 2 gaat in op factoren die de complexiteit van een tekst bepalen. Er wordt gesproken over de kwantitatieve en kwalitatieve dimensie en de dimensie van de lezer en van de taak.

Verdiepend lezen in de praktijk
Als basis voor de instructie wordt het GRRIM model aangehouden. De verantwoordelijkheid voor het leren verschuift hierbij van de leraar naar de leerling en gebeurt in verschillende fases.

Verdiepend lezen implementeren
Leerkrachtvaardigheden worden behandeld, waarna het inpassen in het schoolbeleid wordt besproken en afgestemd.

Er zijn gratis downloads via de site van het CPS te krijgen met o.a. een lesvoorbereidingsformulier, een kijkwijzer voor leerkrachtobservaties, checklists voor de analyse van een tekst, een schema om vragen te kunnen stellen volgens de Taxonomie van de 21ste eeuw en een format voor een leeslogboek voor de leerlingen.

3. Close reading, een oude bekende

Close reading is een oude methode waar weer nieuw leven in geblazen is in Nederland. In Engeland en Amerika hanteren ze deze manier om teksten te lezen al veel langer. Close Reading is ontstaan vanuit de Literaire kritiek of literatuurkritiek. Deze kritieken worden zo genoemd omdat iemand min of meer doordacht (en meestal geschreven) reageert op een literaire tekst. Dit kan gebeuren in de vorm van een signalement, een recensie in krant of tijdschrift, een lang kritisch stuk in een tijdschrift of boek. Een van de eerste literaire kritieken die geschreven werden waren de Bijbelkritieken, een soort wetenschappelijk onderzoek naar de Bijbel dus. Doordat deze helemaal precies gelezen en geïnterpreteerd werd, werd het uiteindelijk Close Reading genoemd. In 1920 is de techniek van Close Reading beschreven door de Engelsman I.A. Richards. In de jaren ’30 en ’40 bevestigden Amerikaanse “nieuwe critici” Close Reading en werd het beoefend op de universiteiten tot in de 21e eeuw. In Nederland in de jaren ’50 en ’60 is het vooral de Amsterdamse school geweest die de Close Reading methode hanteerde.

Helaas is deze manier in de loop van de tijd verwaterd en is men gaan werken volgens het strategisch onderwijs. Doordat de resultaten op het gebied van Begrijpend Lezen te wensen over laat, is men gaan zoeken naar andere manieren om de prestaties te verbeteren. In Engeland en Amerika zijn al positieve verbeteringen zichtbaar. Je kunt op Engelse sites al veel lezen over deze manier van tekst lezen en verwerken.

Wat is Close Reading?

Close Reading betekent dichtbij lezen, oftewel nauwkeurig, analytisch lezen van gevarieerde, complexe informatieve en verhalende teksten.

Volgens Amerikaans onderzoek (D. Fisher en N. Frey) leidt de aanpak van close reading op basisscholen tot goede resultaten op het gebied van begrijpend lezen. In ons land is deze vorm van tekstaanpak opgepakt door onderwijsadviesbureau Expertis, die het principe van close reading heeft omgezet naar de Nederlandse praktijk. Het resultaat staat in het boek Close Reading. Het is een vertaling van “A closer look at Close Reading: Teaching students to analyze complex texts, grades K-5 (2015) van Diane Lapp e.a

 6 hoofdstukken:

Het boek bestaat uit 6 hoofdstukken. Hieronder bespreek ik de eerste 3 hoofdstukken uit het boek. Zo krijg je een beeld van wat Close Reading inhoudt. Daarna volgt een opsomming van hoofdstuk 4, 5 en 6, zodat je weet hoe het boek verder is opgebouwd.

Doel:

Het doel van Close Reading is “dat leerlingen inzicht krijgen in wat er in de tekst gezegd wordt, hoe het gezegd wordt en wat de bedoeling van de schrijver daarmee is of wat de betekenis van de tekst is.”

Hoofdstuk 1 van het boek gaat over tekst complexiteit.

Onderzoek wijst uit dat het verdiepend lezen van een complexe tekst zorgt voor winst in leerresultaten. Expertis heeft daartoe niveaubeschrijvingen geformuleerd bij verhalende en informationele teksten gebaseerd op de referentieniveaus. Ook is er in een goed overzicht een kwalitatieve analyse gemaakt van beide soorten tekst door bij elk van de factoren vragen te formuleren. Als je de leesbaarheid van een tekst wil bepalen, kun je ook naar de Avi, CLIB en CILT score kijken van een tekst. Samen met de lezer en taakfactoren kun je bepalen welke tekst het beste aansluit bij de leerlingen.

In Hoofdstuk 2 wordt uitgelegd wat Close Reading is.

Er wordt duidelijk gesteld dat je geen goede begrijpend lezer wordt door zelfstandig aan het werk te gaan met teksten. “Kinderen hebben een leerkracht nodig die hardop denkend voordoet en discussieert met de leerlingen.”

Punten waarop leerlingen zich leren richten (Taakuitvoering)

  1. De leerlingen achterhalen de essentie van de tekst. Hoofdgedachte, volgorde informatie en verhaallijn. (referentiekader: Begrijpen)
  2. De leerlingen gaan na hoe een deel van de tekst in het geheel past. (referentiekader: Begrijpen)
  3. De leerlingen verifiëren interpretaties van de tekst. De bedoeling van de schrijver, taalgebruik analyseren. (referentiekader: Interpreteren)
  4. De leerlingen evalueren de relevantie of geloofwaardigheid van een deel van de tekst. Vergelijken met andere delen om te achterhalen of bepaalde informatie belangrijk is. (referentiekader: Evalueren)
  5. De leerlingen bepalen hun standpunt en kunnen dit beargumenteren. (referentiekader: Evalueren)

In dit hoofdstuk wordt tevens ingegaan op de verschillen tussen de traditionele methodes en Close reading (CR).

 Voor het lezen

Traditioneel

1.       Tekst selecteren op het niveau van de leerlingen

2.       Leren van strategieën als doel van de les

3.       Achtergrondkennis en moeilijke woorden verduidelijken voor het lezen van de tekst.

4.       Voorspellen waar de tekst over gaat.

 

 

CR

1.       Tekst selecteren op de bovengrens van het leerling niveau

2.       Tekstgerichte vragen bedenken zodat de leerlingen de tekst kunnen analyseren, leerpunten vaststellen.

3.       Introductie van de context, geen moeilijke woorden en achtergrondkennis bespreken.

4.       Voorspellen alleen als het past bij de leerpunten.

 

 

 Tijdens het lezen

Traditioneel

1.       Leerlingen lezen een compleet verhaal of deze wordt door de leerkracht voorgelezen.

2.       De leerkracht bepaalt hoe de tekst opgedeeld wordt en hoe vaak er opnieuw moet worden gelezen.

3.       Tijdens het lezen modelt de leerkracht de lees strategieën om te laten zien hoe je een tekst kan snappen.

4.       Leerlingen oefenen de strategie

5.       Leerlingen lezen de tekst en onderbreken dit om vragen te beantwoorden die door de leerkracht worden gesteld.

6.       Leerlingen leggen verbindingen in de tekst, tussen andere teksten en de tekst en de wereld.

7.       Leerlingen kunnen visuele schema’s gericht op de lesdoelen maken.

 

CR

1.       Leerlingen lezen een complexe tekst.

2.       Leerlingen herlezen de tekst met verschillende doelen. Ze maken aantekeningen als het nodig is.

3.       Het doel van het lezen is altijd het begrijpen van de inhoud van de tekst.

4.       De leerkracht modelt waar nodig als er een tekstgerichte vraag moet worden beantwoord.

5.       Leerlingen delen ideeën met elkaar. De leerkracht luistert en gebruikt de onderlinge discussie als evaluatie. Dit worden de nieuwe leerpunten.

 

 

 

 

 

 Na het lezen

Traditioneel

1.       Leerlingen beantwoorden vragen

2.       Leerlingen evalueren of het lukt om de strategieën uit de doelen toe te passen

3.       Leerlingen werken aan een schrijf- of tekenopdracht over de tekst

 

 

CR

1.       Leerlingen verwerken de inhoud van de tekst door projecten, schrijf- of tekenopdrachten.

2.       Leerlingen verwerken de inhoud door hun mening te formuleren, een tekst te beoordelen of een standpunt in te nemen. Dit onderbouwen zij met bewijs uit de tekst.

 

 

Er zijn 3 sessies waarin een tekst wordt gelezen, dit kan in 1 les, maar ook in meer lessen plaatsvinden. Er is hierdoor sprake van herhaald tekst lezen.

Algemeen begrip/Grote lijn:
Leerkracht stelt tekst gerichte vragen gericht op de grote lijn van het verhaal: Wie, wat waar speelt het zich af? Wat gebeurt er in het begin, midden en eind? Navertellen van het verhaal. Hoofdgedachte en belangrijke dingen onthouden.

Belangrijkste details, woordenschat en tekst structuur.
Hoe steekt de tekst in elkaar? Patronen, herhalende woorden, Betekenis van moeilijke woorden achterhalen, Belangrijke details, Doorzien van de structuur van de tekst.

Nadenken over de betekenis van de tekst: Karaktertrekken van een hoofdfiguur, Gevoelens, meningen, Vergelijken van de tekst met een andere tekst, Bedoeling van de schrijver.

Deze sessies worden ondersteund door het stellen en beantwoorden van tekst gerichte vragen.

Hoofdstuk 3 gaat over het voorbereiden en uitvoeren van de sessies van CR.

Wat doet de Leerkracht:

  1. Tekst selecteren
  2. Doel van de les bepalen
  3. Lastige onderdelen uit de tekst halen die nodig zijn bij de instructie
  4. Tekst gerichte vragen formuleren, gekoppeld aan het doel en navolgend op de observaties van de vorige les
  5. Tekst voorbereiden: zorgen voor ruimte voor aantekeningen, hoe lok je discussie uit, welke werkvormen zet je in
  6. Op welke wijze kunnen leerlingen aantekeningen maken
  7. Bepaal hoe en wat je gaat modelen

Al deze stappen worden in het boek uitgewerkt. Gelukkig zijn er voorbereidingsschema’s te downloaden.

Hoofdstuk 4: Close Reading in alle vakgebieden

Hoofdstuk 5: Close Reading en de ontwikkeling van mondelinge en schriftelijke vaardigheden.

Hoofdstuk 6: Beoordelen en monitoren tijdens Close Reading

Door bovenstaande gelezen te hebben, is duidelijk: wat Close Reading inhoudt, dat Verdiepend Lezen ongeveer dezelfde strekking heeft, dat het eigenlijk hele oude vergeten methodes zijn om een tekst te doorgronden, maar dat dit geen belemmering hoeft te zijn om teksten prima te op dieper niveau te begrijpen.

 

4. Piece Reading en Goal Reading

Luc Koning kwam in april 2018 met de visie van Pravoo op leesbegripsonderwijs: Piece Reading (nauwkeurig lezen) en Goal Reading (doelgericht lezen) staan hierbij centraal. Leesstrategieën zijn hierbij ondersteunend en niet leidend (content benadering). Kinderen gaan doelgericht aan het werk met een tekst. Deze aanpak wordt ook ingezet tijdens de lessen wereldoriëntatie. Het lijkt op Close Reading, maar heeft andere accenten; Pravoo ziet deze aanpak als de opvolger hiervan.

Doel:

“Het doel van Piece Reading en Goal reading is stil en tekstverwerkend lezen”.

Deze aanpak bestaat uit 2 fasen:

  1. Kennis maken met de tekst. Piece reading: nauwkeurig en geconcentreerd per alinea lezen en actief bezig zijn met de tekst.

Er wordt niet met een vast format gewerkt en de fases verlopen op een natuurlijke en geïntegreerde manier. Er worden keuzemogelijkheden geboden voor het lezen van de tekst. (voorlezen of zelf lezen, wie leest voor, leesgesprek). Ook worden mogelijkheden geboden als tekst structuren bespreken, signaalwoorden behandelen die de tekst verduidelijken.

Een belangrijk onderdeel van Piece Reading is het alinea’s lezen. Er worden kernwoorden gemarkeerd en er wordt gekeken of de inhoud gevisualiseerd kan worden. Tussen de regels door lezen is hierbij belangrijk. Illustraties worden hierbij niet vergeten. Het wordt een vorm van tussentijds samenvatten genoemd.

2. Goal reading: er wordt een duidelijk leesdoel gekozen en bepaald hoe je dat doel gaat bereiken. Dit doel kan per tekstsoort verschillend zijn.

Modelen en activeren worden gezien als belangrijkste leerkrachttechnieken. Begrijpend lezen is leren en begrijpend denken en daarom is interactie tussen leerkracht en leerlingen en leerlingen onderling heel belangrijk.

Verder worden andere technieken genoemd die van belang zijn:

  1. Vragen stellen
  2. Uitspreken van de verwachting van de tekst (voorspellen)
  3. Samenvatten
  4. Herstel strategieën
  5. Woorden check: begrijp ik het nog?
  6. Zelf teksten laten schrijven

Er worden aanvullingen en tips gegeven. Verder is er een checklist met 16 vragen die kunnen helpen om de kwaliteit van het leesbegripsonderwijs te optimaliseren.

Ten slotte wordt geadviseerd om “weloverwogen leerlijnen te ontwikkelen die halverwege groep 8 leiden tot de beheersing van de 1S-doelen”.

 

5. Raakvlakken van Alle teksten de baas met Close Reading en Verdiepend lezen

Raakvlakken met Close Reading en Verdiepend lezen

  1. Focus op de inhoud van de tekst i.p.v. op de aan te leren leesstrategie.
  2. Herhaald tekst lezen
  3. Monitoring van het eigen leesproces
  4. Relevante informatie zoeken
  5. Onbekende woorden achterhalen
  6. Praten over de tekst
  7. Verbanden leggen
  8. Aantekeningen maken
  9. Bewijs zoeken
  10. Visuele voorstelling maken van de tekst (overzicht/mindmap)
  11. Toepassing bij andere vakgebieden

 

Raakvlakken met Piece Reading en Goal Reading

  1. Er wordt een leesdoel gesteld en het alinealezen wordt gehanteerd.
  2. Het visueel voorstellen van de tekst als zeer belangrijk aspect voor het leesbegrip gebruikt.
  3. Leesstrategieën zijn niet leidend.
  4. Ook bij andere vakgebieden kan dit worden toegepast.

 

 6. Verschillen tussen Alle teksten de Baas (ATDB) met Close Reading en Verdiepend Lezen

  1. Er wordt veel aandacht besteed aan het vinden van complexe teksten en de vragen die hierbij gesteld worden.
  2. De manier van herhaald tekst lezen verspreidt zich over meer sessies.
  3. Veel aandacht voor leerkrachtvaardigheden en observaties hiervan.
  4. Gebruik van het GRRIM model
  5. Er wordt geen voorkennis opgehaald voor het lezen van een tekst.
  6. Expliciete aandacht voor de referentieniveaus en het implementeren van leerlijnen die tot beheersing van 1s doelen leiden.

Piece- en Goal reading zijn volledig te vinden in het stappenplan van Alle teksten de baas.

 

7. Aanpassingen Alle teksten de Baas

Bovenstaande verschillen worden meegenomen in het onderzoek naar de evt. zinvolle aanpassingen naar de training Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas.

  1. Het vinden van complexe teksten en het verzinnen van de vragen die hierbij gesteld worden, kan men als zeer tijdrovend ervaren. Tijdens Remedial Teaching is dit met een klein aantal kinderen makkelijker te doen dan met een grote groep op school. Het gebruik van de checklists en de ideeën die worden aangedragen zijn fijne hulpmiddelen. Deze zullen zeker gebruikt gaan worden tijdens de voorbereiding voor de lessen van Alle teksten de Baas!
  2. De manier van herhaald tekstlezen blijft ongewijzigd bij ATDB. Het verdelen over meer sessies is door het alinealezen onnodig.
  3. Leerkrachtvaardigheden worden tijdens de eendaagse training ATDB niet geobserveerd omdat de setting er niet naar is. Wellicht zal er tijdens de teamtrainingen op scholen wel aandacht voor komen.
  4. Het GRRIM model wordt al gebruikt, maar niet zo genoemd. Dit wordt aangepast in de handleiding van de lessen ATDB.
  5. Voorkennis ophalen. Bij Close Reading en Verdiepend lezen geeft de leerkracht geen informatie vooraf. De leerlingen gaan zelf aan de slag met een tekst. Dit is goed mogelijk voor de kinderen die al voldoende voorkennis hebben over het onderwerp van een tekst. Voor diegene die dit niet hebben, is het veel moeilijker. Ze leren geen nieuwe woorden bij als er met losse teksten wordt gewerkt. De context is er niet of nauwelijks; een van de pijlers die nodig is om nieuwe woorden te leren. Bij ATDB blijft dit een vast onderdeel van het stappenplan.
  6. De aandacht voor de referentieniveaus zal zeker worden toegevoegd bij het voorbereiden en geven van de lessen ATDB. Dit stond al op het wensenlijstje en met gebruik van de onderzochte methoden kan dit goed vormgegeven worden. Het is wel de vraag of scholen zelf hun leerlijnen kunnen ontwikkelen. Dit weer in het kader van de werkdruk. Wellicht komen scholen verder als ze samen gaan werken.

Tenslotte

Deze bestudering van de verschillende methodes voor beter tekstbegrip heeft mij gesterkt in wat ik doe en waar ik voor sta. Ik werd erg onzeker door de publicaties die in de boeken en op Linked in verschenen. Deze onzekerheid ontstond met name omdat ik geen hoogleraar, lector emeritus of welke hoge titel heb. Als Intern Begeleider, Remedial Teacher en Leerkracht en ervaringsdeskundige als leerling (compleet vastgelopen in het VO wegens onvoldoende vaardigheden in begrijpend lezen) heb ik het stappenplan en de lessen samengesteld. Dit bleek voor veel kinderen te werken. Mensen uit het veld vroegen hoe ik de resultaten van de toetsen omhoog kreeg. Die vraag moest ik zo vaak beantwoorden dat ik er een cursusdag van heb gemaakt. Geweldig eigenlijk toch!

De volgende stap: veel blogs schrijven en later evt. een boek. Hoewel dat laatste misschien niet nodig is omdat de boeken en artikelen die ik hier behandeld heb al genoeg wetenschappelijk bewijs en verduidelijking geven. Ik houd het (voorlopig) bij de praktijk en blijf me verdiepen in deze boeiende materie!

Meer informatie over de cursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas?

Kijk op http://www.begrijpendlezen.cc/begrijpend-lezen-trainers/

Vragen maken bij een tekst: Antwoorden vinden als een detective.

Vragen maken bij een tekst: Antwoorden vinden als een detective.

Tijdens de lessen Begrijpend lezen in de training – Alle teksten de baas!- leren kinderen hoe ze om moeten gaan met het beantwoorden van vragen over een tekst.  Veel kinderen vinden dit heel lastig. Dit is wat ik zie in de praktijk als ze nog niet weten hoe dit moet.

  1. Naar boven kijken en het antwoord zelf bedenken. “Ehhhh, ik denk dat…..”
  2. Eigen kennis gebruiken als antwoord op de vraag.
  3. Een eigen mening over het onderwerp geven als antwoord op de vraag.

Wat gebeurt er?

Als kinderen de tekst hebben gelezen, kijken ze vaak niet terug in de tekst bij het beantwoorden van een vraag. Ze halen het antwoord uit hun korte termijngeheugen nadat ze de tekst hebben gelezen. Ze beantwoorden de vragen uit hun hoofd, zonder nog even precies terug te lezen. Een andere mogelijkheid is dat ze het antwoord bedenken vanuit hun lange termijn geheugen omdat ze eigen kennis over het onderwerp hebben. Ze gebruiken die informatie of geven hun mening.

Soorten vragen

Eerst leren ze welke soorten vragen er zijn. Meerkeuzevragen of Open vragen. Bij meerkeuzevragen heb je keuze uit verschillende mogelijkheden en moet je de beste kiezen. Bij open vragen moet je zelf het antwoord opschrijven.

Dit soort vragen vinden veel kinderen moeilijk zonder dat wij (volwassenen) dat in de gaten hebben!

Zoals bijvoorbeeld: Lees: Op de …… gevierd. (regel 2-4). En dan volgt een vraag. In de lessen bij “Alle teksten de baas” zie ik vaak dat veel kinderen niet weten wat ze moeten doen. Ze hebben geen idee wat de puntjes betekenen. Dan wordt het beantwoorden van de vraag wel lastig. Dit oefenen we door de hele zin te onderstrepen waarover de vraag gaat. Dan lees je de vraag die erbij gesteld wordt. En dan ga je als een detective te werk……..

Antwoorden vinden als een Detective     

  1. Lees de vraag.
  2. Pak in je hand een denkbeeldig vergrootglas. Doe net of je een detective bent en ga in de tekst speuren naar het antwoord op de vraag. Heb je een zin gekregen waar de vraag over gaat? Lees een stukje terug en een stukje verder. Vaak staat daar het antwoord. Speur net zo lang tot je het gevonden hebt.
  3. Gevonden? Goed zo! Geef het antwoord in de tekst een kleurtje. Is het een meerkeuzevraag? Geef ditzelfde antwoord op je blaadje in dezelfde kleur als in je tekst. Weet je het niet zeker? Elimineer de foute antwoorden. Dan blijven er vaak 2 antwoorden over waaruit je moet kiezen.
  4. Is het een open vraag? Zoek in de tekst naar het antwoord. Bedenk het in je eigen woorden en schrijf het op. Zorg ervoor dat je precies opschrijft wat er wordt gevraagd. Controleer je antwoord: lees de vraag, het stukje tekst en het gekozen antwoord nog eens door.

 

Tips

Kun je het antwoord niet vinden? Zoek dan naar woorden die ongeveer hetzelfde betekenen (synoniemen). Grote kans dat het antwoord daar staat.

Lukt het echt niet doordat je niet begrijpt wat er staat? Vraag het! Want wie vraagt is slim bezig!

Oefenen

Wil je dit op een makkelijke manier (laten) oefenen? Google dan eens op Nauwkeurig Lezen. Je kunt dan via 123lesidee 7 boekjes vinden met heel veel korte teksten met heel veel vragen per tekst. Kinderen vinden het leuk. Ze doen succeservaringen op en vinden het antwoord.

Trainerscursus

Wil je meer handvatten om kinderen beter en leuker te leren om overzicht en inzicht in teksten te geven? Kom dan naar de trainerscursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas. Meer informatie: http://www.begrijpendlezen.cc/begrijpend-lezen-trainers/

Samenvatten, mindmappen, conceptmappen, ….., wat is jouw manier?

Samenvatten, mindmappen, conceptmappen, ….., wat is jouw manier? 

Stel, je hebt een flinke lap tekst voor je liggen. Deze beslaat 3 pagina’s, er staan geen plaatjes bij en er zijn weinig alinea’s. Pffff doodsaai toch? Maar ja, je hebt over 2 dagen een overhoring, dus je zal dit moeten lezen en kennen. In deze blog lees je meer over Samenvatten, Mindmappen en Conceptmappen. De voor- en nadelen van elke manier zodat je je eigen keuze kunt maken.

Lappen tekst

Wist je dat veel mensen hebben moeite met het lezen van lappen tekst zonder plaatjes en alinea’s? Niet met korte zinnen, dat gaat wel goed. Nee, met langere zinnen. Ik zal je uitleggen hoe dat komt: Je lichaam heeft een linker en een rechterkant. In het midden van boven tot beneden zit als het ware een spiegellijn. Dit noemen we ook wel de Middenlijn. Als je leest, dan richten je ogen zich naar een punt. Ze kunnen namelijk niet afzonderlijk van elkaar richten. Bij het lezen van een tekst met lange zinnen, moeten je ogen de Middenlijn “oversteken”. En dat vinden veel mensen lastig.

Tip: wijs met je vinger of pen onder of boven de tekst. Je wordt dan minder snel afgeleid en je dwingt je ogen om mee te gaan. Lees de tekst in je hoofd hardop voor.

Onthouden

En dan? Hoe onthoud je dit?

Ga je Samenvatten? Mindmappen? Concept mappen? Andere ideeën?

Eerst leg ik uit wat dit is. Daarna maak ik de koppeling tussen links-rechts werken en geef ik tips hoe je het jezelf makkelijker kunt maken.

 Samenvatten

Bij een samenvatting schrijf je in een aantal zinnen de kern van het gelezen stuk op.

Het nadeel van samenvatten (en vaak ook Mindmaps) is dat er van links naar rechts nogal wat van je wordt gevraagd. Een samenvatting is vaak net zo saai als de tekst zelf. Er is geen visuele vergemakkelijking waardoor je de tekst van een samenvatting letterlijk (en vaak zonder inzicht) uit je hoofd leert.

Mindmap

Een Mindmap maakt dit al makkelijker. Het is een soort woordspin rondom een themawoord. Daarbij kun je naar links en rechts uitwaaieren met deelonderwerpen. Door alleen kernwoorden te gebruiken, al dan niet met tekeningen en kleur, kun je het beter onthouden. Als je een Mindmap helemaal goed wil maken, dan kun je je aan de opgestelde regeltjes houden. Tip: Zorg dat het overzichtelijk blijft. Anders kun je het alsnog niet onthouden. Hoe meer deeltjes je bijvoorbeeld van een “tak” maakt, hoe breder hij wordt. Hij waaiert dan naar links en naar rechts teveel uit. En je weet nu dat dat lastig kan zijn.

Conceptmap

Het voordeel van een conceptmap is dat je werkt van boven naar beneden: in een oogopslag zie je wat er in een vakje staat. Probeer dit maar eens met een langere zin in bijvoorbeeld een samenvatting of Mindmap met meerdere takken. Je ogen moeten een of meer sprongetjes maken. Dus in een oogopslag de informatie ophalen lukt niet. Bij een conceptmap maak je geen sprongetje van links naar rechts, maar van boven naar beneden. Dat is al makkelijker!

Je merkt het al: ik ben meer een fan van Conceptmappen dan van Mindmappen. Maar wat als we een combinatie gaan maken?

Tip: maak op je eigen manier een overzicht van de tekst die je moet leren.

  • Je kan de takken van de mindmap gebruiken en de vakken van de Concept map. In die vakken zet je de woorden onder elkaar.
  • Je kan in een cirkel rondom een themawoord werken of met verschillende onderdelen naast elkaar.
  • Gebruik kleur, af en toe een tekening en wat pijltjes om verbanden te leggen en om het beter te onthouden.

Maar vooral: Doe het lekker op jouw manier. Oefen ermee zodat je het je eigen maakt. De enige “regel” is: schrijf onder elkaar. Zorg dat je het morgen, maar ook volgende week precies kan vertellen in je eigen woorden met behulp van jouw overzicht.

Nog een bonustip:

Als je 4 paragrafen moet leren voor een toets, maak dan van elke paragraaf zo’n overzicht. Doe dit niet allemaal vlak voor je de toets moet leren. Maak er 1 zodra deze in de les is of wordt behandeld. Dan heb je ze alle 4 al gemaakt voor je de toets moet leren. En let maar op: doordat je zo’n handig Overzicht hebt gemaakt, kunnen je hersenen dit makkelijker weer oppikken dan met een samenvatting of nog erger, als je niets hebt opgeschreven.

Wedden dat je het kan?!

Wil je dit graag onder begeleiding leren? Je kan bij Op de Rit terecht voor de training Begrijpend Lezen. Is Alphen aan den Rijn te ver weg, kijk dan op vind een trainer voor een trainer bij jou in de buurt!

Vind een trainer