Een schema maken bij een tekst: een Voorbeeld les uit Alle Teksten de Baas

Schema’s maken bij een tekst.

Dit helpt enorm bij het verkrijgen van inzicht en overzicht over de informatie. Ook kan het andersom werken: Als je een werkstuk of betoog moet schrijven, maak dan eerst een schema met wat de inhoud gaat worden. Je denkt dan goed na voordat je begint met schrijven.
Als je een schema moet maken, word je gedwongen om goed te kijken in de tekst en de verbanden te leggen tussen verschillende woorden, zinnen en alinea’s. Een supergoede oefening dus om jezelf te verbeteren in het begrijpen van teksten.

Voorbeeldles uit Alle Teksten de Baas

Bij de tekst van Jan Schotman van Slimme-teksten.nl heb ik een les gemaakt waarbij de kinderen oefenen met het in schema zetten van een tekst.

 

Schema bij tekst

Je kunt ook oefenen op onderstaande site:

https://leestrainer.nl/Begrijpend%20lezen/schema/tiseren.htm

Veel plezier en succes!

Vragen maken. Wat betekenen toch die puntjes?

Iets wat wij als leerkracht, RT-er (of ouders) heel vanzelfsprekend vinden: de puntjes in deze vraag:
Lees: Op zijn ontbijttafel zitten. (r. 11-12)
Wat betekent “op zijn hoede”? Waarom was Jeroen op zijn hoede?

Voor heel veel (ja echt, heel veel, je zal ze de kost moeten geven!) kinderen is het niet duidelijk hoe ze dit soort vragen moeten aanpakken. Tijdens de lessen Alle Teksten De Baas komt dit vaak aan het licht. Zelfs de groep 8 kinderen die dit soort vragen al vaker hebben beantwoord, denken dat je op de puntjes iets moet invullen. Dus check in je klas, bij RT of thuis bij je kind(eren) of ze dit soort vragen begrijpen. Hoe kun je zien of ze dit snappen en hoe leg je uit hoe het werkt?
Een fragment uit: De telefoon
(bron: Alle teksten de baas)

Stiekem

1     Die allereerste dag na de vakantie nam Jeroen zijn telefoon mee naar
2     school. Hij hoorde er nu ook echt bij! Hij sprak af dat ze ’s avonds met de
3     hele klas zouden gaan appen. Maar daarvoor moest hij zijn telefoon mee
4     naar boven nemen. Hoe kon hij dat ongezien voor elkaar krijgen? Hij
5     bofte, want zijn ouders zaten heel ingespannen naar een film te kijken.
6     “Welterusten”, zei hij en ging gauw naar boven. Ze hadden niet in de
7     gaten dat Jeroen zijn telefoon mee naar boven nam. Niet alleen Jeroen
8     nam zijn telefoon stiekem mee; er waren nog een aantal kinderen in zijn
9     klas die datzelfde deden. Ze hadden die avond veel lol met elkaar en
10   gingen rond middernacht slapen.

Straf

11   “Neeee!” Jeroen zocht tevergeefs naar zijn telefoon. Hij was weg. Op zijn
12   hoede liep hij de trap af en ging stilletjes aan de ontbijttafel zitten. De
13   boze blik van zijn vader en het verdrietige gezicht van zijn moeder
14   spraken boekdelen. De telefoon lag hoog boven op de kast. En daar
15   kwam de donderpreek….

16   Daarom zit Jeroen op de bank zich te vervelen. Een dag zonder scherm
17   duurt lang. Laat staan een week!

Testje om te kijken of ze het begrijpen.

  1. Lees de eerste zin van de vraag. Lees: Op zijn … ontbijttafel zitten. (r. 11-12)
  2. Vraag aan de leerling: “Wat ga je nu doen?” Veel kinderen kijken dan naar de regels die er staan (11 en 12) en gaan alles lezen wat er op die regel staat. Dus ze lezen:

11       “Neeee!” Jeroen zocht tevergeefs naar zijn telefoon. Hij was weg. Op zijn
12       hoede liep hij de trap af en ging stilletjes aan de ontbijttafel zitten. De

Het is natuurlijk in deze vraag de bedoeling dat ze dit lezen:

11       “Neeee!” Jeroen zocht tevergeefs naar zijn telefoon. Hij was weg. Op zijn
12       hoede liep hij de trap af en ging stilletjes aan de ontbijttafel zitten.
De

  1. Vraag aan de leerling: Wat betekenen de puntjes bij deze vraag?

Vaak zien ze de puntjes helemaal niet en kijken ze direct naar de regelnummers. Als je ze daarop wijst, gaan ze nadenken.
Regelmatig hoor je dan: moet je daar iets invullen????
en dan is er werk aan de winkel!

Om uit te leggen hoe je dit wel moet aanpakken doe je het volgende:

Laat de leerling:

  1. Op zijn onderstrepen in regel 11.
  2. zoeken naar ontbijttafel zitten in regel 12.
  3. Alles wat daar tussen zit, dus liep hij de trap af en ging stilletjes aan de, daar moeten ze puntjes onder zetten.

 

 

 

 

Na het zetten van ongeveer 5 puntjes zie je dan de lichtjes in hun ogen verschijnen. Ooooo! Nu snap ik het!

Nu pas lees je de vragen.

Wat betekent “op zijn hoede”? Waarom was Jeroen op zijn hoede?
De eerste vraag is een woordenschatvraag die geïnterpreteerd kan worden uit de tekst.
De tweede vraag is een oorzaak, gevolg vraag.
Bij beide vragen moet de leerling teruglezen en verder lezen in de tekst om het antwoord te vinden.

Dus leg dit uit voordat de kinderen vragen gaan maken bij een tekst.
Ook als ze al in groep 8 zitten en dit soort vragen al vaker hebben gezien. En ja, het wordt echt uitgelegd op school, maar niet elk kind pikt dit op en onthoudt dit. Ook kom je er maar moeilijk achter omdat het bijna nooit gevraagd wordt aan de leerlingen. Er wordt aangenomen dat ze het wel weten.

Veel succes met de uitleg!

Meer weten over Alle Teksten De Baas?

Dit was zomaar een greep uit de training Alle Teksten De Baas. Smaakt het naar meer? Lees dan onderstaande informatie.

 

Vind een trainer

Ouders: wil je je kind ook een goede basis meegeven op het gebied van begrijpend lezen? Kijk dan op de website op Vind een trainer. Daar kun je een trainer vinden in de buurt waar je woont. Deze trainers hebben allemaal de cursus gedaan en beschikken over een schat aan kennis en materialen om je zoon of dochter te helpen bij het belangrijkste vak op school!
https://www.begrijpendlezen.cc/trainers

 

Trainer worden?

Leerkrachten of RT-ers: Wil je trainer Alle Teksten De Baas worden? Kijk dan op de website op Trainer worden voor alle informatie over de cursus.

https://www.begrijpendlezen.cc/begrijpend-lezen-trainers

GRATIS DOWNLOAD: SYNONIEMEN

Synoniemen zijn woorden met (ongeveer) dezelfde betekenis. Je kunt veel oefeningen vinden waarbij je losse synoniemen moet benoemen. Nergens wordt uitgelegd waarom we ze gebruiken en hoe je ze herkent. En je vindt weinig tot geen oefeningen met hele zinnen of teksten waar synoniemen in staan. Tot vandaag!

In dit gratis te downloaden werkboekje krijg je uitleg wat synoniemen zijn. Maar er wordt vooral uitgelegd waarom we ze gebruiken. Ten eerste gebruiken we synoniemen om een tekst prettiger leesbaar te maken. Door het gebruik van synoniemen creëer je namelijk afwisseling in woorden. Ten tweede kun je woordbetekenissen afleiden door het gebruik van synoniemen. Zo leer je nieuwe woorden zonder woordenboek.

Na de uitleg zijn er 3 opdrachten die je kunt maken. Je oefent in opdracht 1 met het benoemen van losse synoniemen. Dit zijn meerkeuzevragen zoals je ze bij toetsen ook wel krijgt. Vervolgens leer je synoniemen te herkennen in samenhangende zinnen. Tenslotte ga je synoniemen in een tekst te herkennen. Dit is goed om te leren want het helpt je om de tekst beter te begrijpen.

Wist je dat synoniemen vaak worden gebruikt bij vragen bij een tekst? In de vraag staat dan een woord, waarna je in de tekst naar een beschrijving of synoniem moet zoeken. Kijk maar naar dit voorbeeld:

De papegaai

Inhoudsopgave

  1. Inleiding                        2
  2. Afkomst                         3
  3. Uiterlijk                          6
  4. Voedsel                          8
  5. Huisdier                         9
  6. Ziektes                           11
  7. Slot                                14

Harm heeft een papegaai en wil meer weten over de geschiedenis van zijn huis papegaai en waar hij oorspronkelijk vandaan komt. Op welke bladzijdes in dit boek staat deze informatie?

Bij deze opdracht moet je het verband kunnen leggen tussen de betekenis van Afkomst en Geschiedenis en Oorspronkelijk. Als je niet weet wat synoniemen zijn en hoe je de betekenis door deze woorden kunt afleiden, kun je deze vraag niet goed beantwoorden.

Als je alle opdrachten hebt gemaakt, kun je op de laatste bladzijde van dit werkboekje kijken of je het goed hebt gedaan. Daar staan de antwoorden van alle opdrachten.

Veel succes en plezier met de synoniemen!