Ik zie het, ik begrijp het.

Ik zie het, ik begrijp het.
Wat heeft het kunnen zien te maken met Begrijpend Lezen? Heel veel!
Lees hier waarom en ga aan de slag met de tips.

Zien en Informatieverwerking

Zien is een ontwikkelingsproces dat begint vanaf de geboorte. Verschillende vaardigheden volgen elkaar op en lopen door elkaar. Als een kind zijn visuele systeem nog niet goed heeft ontwikkeld, kan het zijn dat mede daardoor de informatieverwerking niet efficiënt verloopt.

Vroeg in de ontwikkeling wordt door beweging het eigen lichaamsbesef (Wie ben ik?) en het besef van de wereld om ons heen geactiveerd. Het kind is het middelpunt en van hieruit wordt de omgeving verkend. Alle zintuigen worden hierbij gebruikt: zien, ruiken, horen, voelen en proeven. Door de aandacht te richten op dingen die binnenkomen via de zintuigen of bewegingen wordt steeds meer informatie verkregen over de omgeving. Het kind leert het Waar ben ik? En Waar is het andere ten opzichte van mijzelf? Natuurlijk is het ontzettend belangrijk dat de ogen goed bewegen, samenwerken en focussen om een goede informatieverwerking te realiseren. In het boek Visuele informatieverwerking en leerproblemen van Van den Brink en de Groot kun je hier meer over lezen.

Onderzoek

Er is al veel onderzoek gedaan naar de visuele aspecten bij informatieverwerking. Zo hebben Sigmundsson en zijn onderzoeksteam, verbonden aan de Noorse Universiteit voor Wetenschap en Technologie, in 2010 de relatie aangetoond tussen leerproblemen en een zwakke visuele waarneming. Het onderzoek werd uitgevoerd onder alle 10-jarigen van twee scholen. Zij bevestigen in dit onderzoek dat achter verschillende leerproblemen de verkeerde weergave van ons visuele systeem ligt.

Tijdens een Vlaams onderzoek  in 2005 zijn visuele screeningstests afgenomen bij 500 vier- tot twaalfjarigen. Kinderen met leerproblemen bleken tot 18 procent meer visuele stoornissen te hebben dan kinderen zonder leerproblemen. Ze hebben meer moeite om scherp te zien, om hun blik te focussen op woorden en cijfers of om afstanden en dieptes in te schatten. Ze verwerken visuele informatie minder efficiënt dan andere kinderen en hun ogen zijn sneller vermoeid. Dit verband werd ontdekt door bioloog Robert Marquet en psycholoog Dirk Smits van Ehsal.

Woordenschatontwikkeling

Vanuit de ontwikkelingen van het Wie ben ik, Waar ben ik en Waar is het komt de ontwikkeling van de woordenschat op gang. Het antwoord op de vraag Wat is het? zal gezocht en gegeven worden. Dit kan zowel passief (leren van anderen) als actief (het zelf gebruiken van de woorden). Op jonge leeftijd gebruikt het kind meer zintuigen tegelijk. Langzaam aan wordt dit terug gebracht tot het gebruik van een van de zintuigen. En op nog latere leeftijd kan alleen de herinnering in beelden (visualisatie) aan een voorwerp alle benodigde informatie oproepen. Door hier woorden aan te geven en hierover te communiceren met anderen, wordt de kennis over de wereld opgebouwd. Hoe groter je woordenschat is, hoe meer informatie je toe kan voegen bij het lezen van een tekst. In een volgend blog zal ik hier meer over vertellen.

 

Lezen en begrijpen

Het is van belang dat de oogvaardigheden optimaal ontwikkeld worden om het leesproces goed te laten verlopen. Ogen moeten samenwerken om tegelijk op hetzelfde object te kunnen fixeren. Daarbij moeten ze scherpstellen om de informatieverwerking optimaal te laten verlopen. Hierbij is een goede oogvolgbeweging belangrijk, zodat het volgen van woorden in een zin vloeiend lukt. De saccades (ogen kunnen springen van punt naar punt en daarbij goed kunnen fixeren) helpen om van het eind van een regel naar het begin van een nieuwe regel te springen. Al deze vaardigheden zorgen ervoor dat teksten vloeiend gelezen kunnen worden, dus op een goed tempo en met een juiste intonatie.

Daarom is buiten spelen ook zo belangrijk. Door balspelletjes,  verstoppertje, badmintonnen, knikkeren, touwtje springen en noem alle buitenspeelactiviteiten maar op, train je automatisch ook je ogen. En natuurlijk nog veel meer!

 

Tips

Visualiseren wat je leest, helpt om de tekst te begrijpen

Wanneer kinderen steeds abstracter leren denken, wordt de inzet van concreet materiaal steeds minder belangrijk. Het visualiseren gaat steeds meer plek innemen tijdens het leer- en leesproces. Doordat geschreven taal wordt omgezet in beelden, wordt het beter opgeslagen in het geheugen.
Tip: Lees een stukje tekst, stop even en maak er een plaatje of filmpje van in je hoofd. Houd je daar bij aan de informatie uit de tekst. Dus ga er niet van alles bij verzinnen.

Oefenen met je ogen

Tip: Naast alle buitenspeeltips: Train je ogen door ze een voorwerp (pen, balletje of je vinger) te laten volgen. Eerst met 2 ogen tegelijk, daarna je ogen een voor een. Of volg de randen van bijv. een raam. Wees creatief. Mochten er meer uitdagingen zijn op het gebied van de ogen, laat deze dan screenen door een visueel screener of ga naar een oogarts.

Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas!

Wil je meer informatie en praktische handvatten om het niveau van leesbegrip bij je leerlingen te verhogen? Kom de cursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas volgen. Je kunt direct aan de slag met 6 uitgewerkte lessen met handleiding, werkbladen, teksten, spelletjes en het stappenplan. De verantwoorde tussendoortjes bij de lessen bestaan vooral uit beweging en oogoefenspelletjes.

Cursus Begrijpend Lezen voor Trainers

Aanmelden

Bronnen:

Boek: Visuele informatieverwerking en leerproblemen
Roel de Groot en Hans van den Brink, 2017

Onderzoek in België van Dirk Smits en Guy Naegels, 2005 http://www.info-fo.nl/userfiles/info-fo.nl/pdf/OnderzoekBelgie.pdf

Onderzoek Hermundur Sigmundsson, 2010 https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0304394009015754

 

 

Vragen maken bij een tekst: Antwoorden vinden als een detective.

Vragen maken bij een tekst: Antwoorden vinden als een detective.

Tijdens de lessen Begrijpend lezen in de training – Alle teksten de baas!- leren kinderen hoe ze om moeten gaan met het beantwoorden van vragen over een tekst.  Veel kinderen vinden dit heel lastig. Dit is wat ik zie in de praktijk als ze nog niet weten hoe dit moet.

  1. Naar boven kijken en het antwoord zelf bedenken. “Ehhhh, ik denk dat…..”
  2. Eigen kennis gebruiken als antwoord op de vraag.
  3. Een eigen mening over het onderwerp geven als antwoord op de vraag.

Wat gebeurt er?

Als kinderen de tekst hebben gelezen, kijken ze vaak niet terug in de tekst bij het beantwoorden van een vraag. Ze halen het antwoord uit hun korte termijngeheugen nadat ze de tekst hebben gelezen. Ze beantwoorden de vragen uit hun hoofd, zonder nog even precies terug te lezen. Een andere mogelijkheid is dat ze het antwoord bedenken vanuit hun lange termijn geheugen omdat ze eigen kennis over het onderwerp hebben. Ze gebruiken die informatie of geven hun mening.

Soorten vragen

Eerst leren ze welke soorten vragen er zijn. Meerkeuzevragen of Open vragen. Bij meerkeuzevragen heb je keuze uit verschillende mogelijkheden en moet je de beste kiezen. Bij open vragen moet je zelf het antwoord opschrijven.

Dit soort vragen vinden veel kinderen moeilijk zonder dat wij (volwassenen) dat in de gaten hebben!

Zoals bijvoorbeeld: Lees: Op de …… gevierd. (regel 2-4). En dan volgt een vraag. In de lessen bij “Alle teksten de baas” zie ik vaak dat veel kinderen niet weten wat ze moeten doen. Ze hebben geen idee wat de puntjes betekenen. Dan wordt het beantwoorden van de vraag wel lastig. Dit oefenen we door de hele zin te onderstrepen waarover de vraag gaat. Dan lees je de vraag die erbij gesteld wordt. En dan ga je als een detective te werk……..

Antwoorden vinden als een Detective     

  1. Lees de vraag.
  2. Pak in je hand een denkbeeldig vergrootglas. Doe net of je een detective bent en ga in de tekst speuren naar het antwoord op de vraag. Heb je een zin gekregen waar de vraag over gaat? Lees een stukje terug en een stukje verder. Vaak staat daar het antwoord. Speur net zo lang tot je het gevonden hebt.
  3. Gevonden? Goed zo! Geef het antwoord in de tekst een kleurtje. Is het een meerkeuzevraag? Geef ditzelfde antwoord op je blaadje in dezelfde kleur als in je tekst. Weet je het niet zeker? Elimineer de foute antwoorden. Dan blijven er vaak 2 antwoorden over waaruit je moet kiezen.
  4. Is het een open vraag? Zoek in de tekst naar het antwoord. Bedenk het in je eigen woorden en schrijf het op. Zorg ervoor dat je precies opschrijft wat er wordt gevraagd. Controleer je antwoord: lees de vraag, het stukje tekst en het gekozen antwoord nog eens door.

 

Tips

Kun je het antwoord niet vinden? Zoek dan naar woorden die ongeveer hetzelfde betekenen (synoniemen). Grote kans dat het antwoord daar staat.

Lukt het echt niet doordat je niet begrijpt wat er staat? Vraag het! Want wie vraagt is slim bezig!

Oefenen

Wil je dit op een makkelijke manier (laten) oefenen? Google dan eens op Nauwkeurig Lezen. Je kunt dan via 123lesidee 7 boekjes vinden met heel veel korte teksten met heel veel vragen per tekst. Kinderen vinden het leuk. Ze doen succeservaringen op en vinden het antwoord.

Trainerscursus

Wil je meer handvatten om kinderen beter en leuker te leren om overzicht en inzicht in teksten te geven? Kom dan naar de trainerscursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas. Meer informatie: https://www.begrijpendlezen.cc/begrijpend-lezen-trainers/

Samenvatten, mindmappen, conceptmappen, ….., wat is jouw manier?

Samenvatten, mindmappen, conceptmappen, ….., wat is jouw manier? 

Stel, je hebt een flinke lap tekst voor je liggen. Deze beslaat 3 pagina’s, er staan geen plaatjes bij en er zijn weinig alinea’s. Pffff doodsaai toch? Maar ja, je hebt over 2 dagen een overhoring, dus je zal dit moeten lezen en kennen. In deze blog lees je meer over Samenvatten, Mindmappen en Conceptmappen. De voor- en nadelen van elke manier zodat je je eigen keuze kunt maken.

Lappen tekst

Wist je dat veel mensen hebben moeite met het lezen van lappen tekst zonder plaatjes en alinea’s? Niet met korte zinnen, dat gaat wel goed. Nee, met langere zinnen. Ik zal je uitleggen hoe dat komt: Je lichaam heeft een linker en een rechterkant. In het midden van boven tot beneden zit als het ware een spiegellijn. Dit noemen we ook wel de Middenlijn. Als je leest, dan richten je ogen zich naar een punt. Ze kunnen namelijk niet afzonderlijk van elkaar richten. Bij het lezen van een tekst met lange zinnen, moeten je ogen de Middenlijn “oversteken”. En dat vinden veel mensen lastig.

Tip: wijs met je vinger of pen onder of boven de tekst. Je wordt dan minder snel afgeleid en je dwingt je ogen om mee te gaan. Lees de tekst in je hoofd hardop voor.

Onthouden

En dan? Hoe onthoud je dit?

Ga je Samenvatten? Mindmappen? Concept mappen? Andere ideeën?

Eerst leg ik uit wat dit is. Daarna maak ik de koppeling tussen links-rechts werken en geef ik tips hoe je het jezelf makkelijker kunt maken.

 Samenvatten

Bij een samenvatting schrijf je in een aantal zinnen de kern van het gelezen stuk op.

Het nadeel van samenvatten (en vaak ook Mindmaps) is dat er van links naar rechts nogal wat van je wordt gevraagd. Een samenvatting is vaak net zo saai als de tekst zelf. Er is geen visuele vergemakkelijking waardoor je de tekst van een samenvatting letterlijk (en vaak zonder inzicht) uit je hoofd leert.

Mindmap

Een Mindmap maakt dit al makkelijker. Het is een soort woordspin rondom een themawoord. Daarbij kun je naar links en rechts uitwaaieren met deelonderwerpen. Door alleen kernwoorden te gebruiken, al dan niet met tekeningen en kleur, kun je het beter onthouden. Als je een Mindmap helemaal goed wil maken, dan kun je je aan de opgestelde regeltjes houden. Tip: Zorg dat het overzichtelijk blijft. Anders kun je het alsnog niet onthouden. Hoe meer deeltjes je bijvoorbeeld van een “tak” maakt, hoe breder hij wordt. Hij waaiert dan naar links en naar rechts teveel uit. En je weet nu dat dat lastig kan zijn.

Conceptmap

Het voordeel van een conceptmap is dat je werkt van boven naar beneden: in een oogopslag zie je wat er in een vakje staat. Probeer dit maar eens met een langere zin in bijvoorbeeld een samenvatting of Mindmap met meerdere takken. Je ogen moeten een of meer sprongetjes maken. Dus in een oogopslag de informatie ophalen lukt niet. Bij een conceptmap maak je geen sprongetje van links naar rechts, maar van boven naar beneden. Dat is al makkelijker!

Je merkt het al: ik ben meer een fan van Conceptmappen dan van Mindmappen. Maar wat als we een combinatie gaan maken?

Tip: maak op je eigen manier een overzicht van de tekst die je moet leren.

  • Je kan de takken van de mindmap gebruiken en de vakken van de Concept map. In die vakken zet je de woorden onder elkaar.
  • Je kan in een cirkel rondom een themawoord werken of met verschillende onderdelen naast elkaar.
  • Gebruik kleur, af en toe een tekening en wat pijltjes om verbanden te leggen en om het beter te onthouden.

Maar vooral: Doe het lekker op jouw manier. Oefen ermee zodat je het je eigen maakt. De enige “regel” is: schrijf onder elkaar. Zorg dat je het morgen, maar ook volgende week precies kan vertellen in je eigen woorden met behulp van jouw overzicht.

Nog een bonustip:

Als je 4 paragrafen moet leren voor een toets, maak dan van elke paragraaf zo’n overzicht. Doe dit niet allemaal vlak voor je de toets moet leren. Maak er 1 zodra deze in de les is of wordt behandeld. Dan heb je ze alle 4 al gemaakt voor je de toets moet leren. En let maar op: doordat je zo’n handig Overzicht hebt gemaakt, kunnen je hersenen dit makkelijker weer oppikken dan met een samenvatting of nog erger, als je niets hebt opgeschreven.

Wedden dat je het kan?!

Wil je dit graag onder begeleiding leren? Je kan bij Op de Rit terecht voor de training Begrijpend Lezen. Is Alphen aan den Rijn te ver weg, kijk dan op vind een trainer voor een trainer bij jou in de buurt!

Vind een trainer