Het hoe en wat over Woordenschat….

Het hoe en wat over Woordenschat

Beweging en het Zien als basis voor de woordenschatontwikkeling en het Begrijpend Lezen.

Interlocking Circles van Skeffington

Als een kind de wereld gaat ontdekken door zichzelf te bewegen, en daarbij zichzelf, andere dingen en mensen concreet waar te nemen bij activiteiten dicht bij het lichaam, begint het zijn woordenschat te vergroten. Het Optometric Extension Program (OEP model) van A.M. Skeffington laat dit prachtig zien. Via de Interlocking Circles (figuur hiernaast) wordt uitgelegd hoe het Zien (Vision) zich ontwikkelt in interactie met de omgeving en daarmee tegelijkertijd het opdoen van kennis over de wereld en dus ook de woordenschat zich kan manifesteren. Deze 4 in elkaar overlopende cirkels geven dus de doorlopende ontwikkeling weer van het visuele functioneren en het uiteindelijke resultaat: Vision en daaruit volgend de vergroting van de woordenschat, dat bijdraagt aan een beter tekstbegrip en het vak Begrijpend Lezen op school. (bron: Visuele informatieverwerking en leerproblemen, de Groot, van den Brink)

Wie ben ik?

Het kind leert de beweging van het lichaam te besturen en de verschillende delen te laten samenwerken. Daardoor leert het kind wie hij/zij is. De hersenen krijgen informatie over de positie van het kind in de ruimte in relatie met de zwaartekracht.

Waar ben ik?

Doordat het kind de ruimtelijke verhoudingen buiten het lichaam leert kennen, krijgt het kind antwoord op deze vraag. De informatie die het kind krijgt over waar het is, wordt verkregen door beweging van het ene punt naar het andere. Deze eerste 2 processen noemt Skeffington Anti-Gravity, het bewegen in het veld van de zwaartekracht.

Waar is het?

Het centeringsproces geeft antwoord op de vraag waar iets is. Dit hangt af van het Wie ben ik proces. Het doet een beroep op de attentie, het richten van de aandacht op de input van het gehoor, tast, reuk, zicht, voelen en beweging.  Alle zintuigen spelen hier dus een rol. De ogen moeten op het zelfde moment op hetzelfde object kunnen richten om alle input adequaat te verwerken (uitlijnen). Skeffington zei: ‘Wie onzeker is in de ruimte is onzeker in zijn ‘zijn’.

Wat is het?

Dit wordt ook wel het identificatie proces genoemd. Alle zintuigen zijn hierbij betrokken. Door een ingewikkeld proces van patronen vanuit de ogen, het aanraken en vanuit de rest van het lichaam wordt informatie samengevoegd. Uiteindelijk is er maar input vanuit één zintuig nodig om alles te weten over het object. Je ziet bijvoorbeeld het woord Appel en vanuit de herinnering weet je hoe deze smaakt, klinkt als je erin bijt, aanvoelt, ruikt enz.

Hoe heet het?

Deze laatste cirkel noemen we ook wel het Speech-audition proces. Patronen van geluid en de patronen van het spreken worden samengevoegd met de zintuigen. Hierdoor kunnen de passieve en actieve woordenschat zich ontwikkelen. Het kind kan naar woorden luisteren en weet hoe het eruit ziet enz. Het kind kan een object visualiseren, zonder dat het dit direct ziet. Zien is dus de mogelijkheid om dingen te begrijpen die we niet kunnen aanraken, proeven, ruiken of horen. Van een concreet naar abstract.

De wereld leren kennen

Door het proces van Zien leren we onze wereld kennen. Ik zie betekent in werkelijkheid Ik weet, Ik begrijp. Het communiceren met de ander vraagt ook om het vermogen om je in de ander te kunnen verplaatsen. Het overzien en doorzien geeft inzicht in de consequenties van het handelen. We passen ons gedrag daar op aan.

Alle teksten de baas! Cursus voor trainers

Tijdens de cursus Alle teksten de baas komt het onderwerp Bewegen en Zien uitgebreid aan bod. Er komen spelletjes aangeboden met bovenstaande informatie als leidraad. Deze zijn bedoeld als tussendoortje zodat de kinderen nuttig en met veel plezier bezig zijn om hun onderliggende vaardigheden om het Begrijpend Lezen te vergroten. Dit noemen we de Basis in het Basis-Kern-Actie model. Wil je meer lezen over wat de cursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas inhoudt? Kijk dan via onderstaande linkjes op de trainerspagina.

Kijk op https://www.begrijpendlezen.cc/begrijpend-lezen-trainers/ of https://www.begrijpendlezen.cc/cursus-agenda/ voor meer informatie.

Kijk op https://www.begrijpendlezen.cc/begrijpend-lezen-trainers/ of https://www.begrijpendlezen.cc/cursus-agenda/ voor meer informatie.

De allergie van de leesstrategie.

Het DOEL van begrijpend lezen mag NOOIT zijn: het correct toepassen van Leesstrategieën. Wat is WEL het doel van begrijpend lezen? Het doel van begrijpend lezen is BEGRIJPEN WAT JE LEEST en daarbij je WOORDENSCHAT en je KENNIS VAN DE WERELD VERGROTEN. De strategieën zijn een middel om dat doel te bereiken. De vragen zijn bedoeld om te checken of je het begrepen hebt. Dusssss…..

Wat moet je wel doen?

Ik vertel in het kort wat je wel moet doen, want het werken met die strategieën is niet zo zaligmakend als wel eens gesuggereerd wordt. Gelukkig zijn sommige methodemakers hier ook eindelijk achter!

Voordat je een tekst gaat lezen, vraag je je af: Wat wil ik te weten komen? Hoe ga ik dat doen? Met andere woorden: Je stelt je leesdoel vast en bepaalt hoe je dat doel gaat bereiken.

Tipje van de sluier.


Ik licht hier een tipje van de sluier op van hoe dat bij de cursus Begrijpend Lezen – alle teksten de baas geleerd wordt:
1. Kijk eerst als een soort HELIKOPERTJE over de tekst. Je ziet de titel, plaatjes en kopjes en bedenkt: WAT WEET IK AL over dit onderwerp. Je zet daarmee je hersenen alvast op het juiste spoor zodat je tijdens het lezen van de tekst nieuwe woorden of begrippen kan toevoegen. Zo vergroot je je woordenschat.
2. Ga de tekst lezen, stop af en toe en maak er een BEELD van in je hoofd. “Ik zie het, ik begrijp het” is hierbij heel belangrijk (zie hiervoor mijn blog op de website).
3. MARKEER woorden die jij belangrijk vindt en praat er over met een ander. Zo leer je veel van elkaar.

Trainer Alle teksten de baas worden?

Wil je alles te weten komen over hoe je de teksten de baas wordt? In november en december worden alweer de laatste trainingen voor trainers van dit jaar gegeven. Als je deze nog even meepakt, kun je je leerlingen nog op de rit helpen voor bijvoorbeeld de Cito’s

Wat heeft de Train de Trainer Begrijpend lezen: Alle teksten de baas! te bieden?


In deze (eendaagse) cursus op HBO niveau leer je hoe je kinderen van groep 5 t/m 8 (maar ook middelbare scholieren!) op een effectieve manier OVERZICHT en INZICHT in verschillende teksten kan bieden.

Na het volgen van deze cursus:


1. Heb je kennis van de BASISVAARDIGHEDEN die nodig zijn om te leren begrijpend lezen. Denk hierbij aan de werking van de hersenen, motorische vaardigheden en de werking van het visuele systeem. (Basis)
2. Heb je geleerd WAT ER NODIG IS om goed te kunnen begrijpen wat je leest. Hierbij valt te denken aan Taalvaardigheden, Woordenschat, Leesstrategieën, Tekst opbouw en nog veel meer! (Kern)
3. Kun je METEEN AAN DE SLAG met het stappenplan en 6 lessen met spelletjes en materiaal ideeën om het begrijpend lezen te verbeteren (Actie).
4. Ben je officieel gecertificeerd trainer Begrijpend lezen – Alle teksten de Baas. Registerleraar Deze cursus is gevalideerd door de registercommissie en met 6 RU (Registeruren) opgenomen in registerleraar.nl. CRKBO Deze cursus is geregistreerd bij het CRKBO en voldoet dus aan de Kwaliteitscode voor Opleidingsinstellingen voor Kort Beroepsonderwijs.

Zie ik je op een van de trainingsdagen? https://www.begrijpendlezen.cc/cursus-agenda/

Het DOEL van begrijpend lezen mag NOOIT zijn: het correct beantwoorden van de VRAGEN of het correct toepassen van Lees strategieën .

Wat is WEL het doel van begrijpend lezen?

Het doel van begrijpend lezen is BEGRIJPEN WAT JE LEEST en daarbij je WOORDENSCHAT en je KENNIS VAN DE WERELD VERGROTEN. Door veel te lezen, leer je steeds nieuwe woorden en kunt deze steeds weer koppelen aan woorden die je al weet. Dit vergroot je woordenschat enorm. En wat hierbij nog meer helpt, is het PRATEN met anderen OVER DE INHOUD van de tekst. Hierbij leer je van elkaar. De strategieën moeten niet expliciet worden aangeboden maar op een natuurlijke manier worden gebruikt.

Leesstrategieën zijn dus een middel om je leesdoel te bereiken. Er zal dus wel aandacht moeten zijn voor deze strategieën tijdens de lessen voor begrijpend lezen. Toch moet ook bij deze lessen het begrip van de inhoud van de tekst centraal staan. Het aanleren van leesstrategieën leidt namelijk wel tot kennis over leesstrategieën, maar niet tot beter leesbegrip. Dat komt doordat het werken met leesstrategieën het werkgeheugen teveel belast. Deze heb je hard nodig om de tekst te begrijpen. (zie o.m. Bjorklund & Douglas, 1997; Kintsch, 1998). Ook werkt het vaak demotiverend voor de leerlingen. “Een aanpak waarin strategieën niet expliciet aangeleerd worden, maar op een natuurlijke en motiverende manier worden gebruikt in gesprekken waarin de inhoud van de tekst centraal staat (de zogenaamde content-aanpak) is wel effectief.” Zo schrijven Anneke Smits en Erna van Koeven in een blog op Geletterdheid en schoolsucces (2015).  McKeown,Beck en Blake (2009) laten zien dat deze werkwijze leidt tot meer en langere taaluitingen van leerlingen en daarmee tot een actievere verwerking van de tekst.

De cursus Begrijpend Lezen – Alle teksten de baas is bedoeld om kinderen handvatten te geven hoe ze de tekst kunnen begrijpen. Door middel van een kort stappenplan, die ze al snel niet meer nodig hebben, leren ze hoe ze dat moeten doen. Ik licht hier een tipje van de sluier op van hoe dat bij de cursus Begrijpend Lezen – alle teksten de baas geleerd wordt:

1. Kijk eerst als een soort HELIKOPERTJE over de tekst. Je ziet de titel, plaatjes en kopjes en bedenkt: WAT WEET IK AL over dit onderwerp. Je zet daarmee je hersenen alvast op het juiste spoor zodat je tijdens het lezen van de tekst nieuwe woorden of begrippen kan toevoegen. Zo vergroot je je woordenschat.

2. Ga de tekst lezen, stop af en toe en maak er een BEELD van in je hoofd. “Ik zie het, ik begrijp het” is hierbij heel belangrijk (zie hiervoor mijn blog op de website).

3.MARKEER woorden die jij belangrijk vindt en praat er over met een ander. Zo leer je veel van elkaar. Waarom vind je iets belangrijk? Wat vindt de ander?

De vragen zijn bedoeld om te checken of je het begrepen hebt.